dinsdag 5 februari 2013

Een brief van mijn family friend

Toen ik een aantal weken geleden een brief van m'n Ugandese vriendinnetje, Madinah, kreeg, was ik blij verrast. Ze vertelde hoe het met haar ging, stuurde wat foto's en een kopie van haar rapport mee en zei dat ze momenteel vakantie had. Zomervakantie, wel te verstaan.

Het eerste wat ik dacht was; tsjee, dat ze nog aan me denkt. Jaarlijks ziet ze, ik gok, twintig verschillende groepen Mzungu's (blanken). Hoe kan het dat zij nog steeds aan mij denkt? Dat ze zich afvraagt hoe het met mij gaat?



Ze vroeg me of ik een foto van mijn huis of school kon meesturen. Ze vroeg me te omschrijven wat mijn ouders voor werk doen.

Maar meisje, moet ik dat wel doen? Begrijp jij wel, wat het is? Begrijp jij wel dat dat grote gevaarte, gemaakt van bakstenen en cement, dat ding waar ramen in zitten, een huis is. Kan jij dat met al jouw onwetendheid wel begrijpen?

Meisje, ik doe het je niet aan. Ik vertel je wel gewoon dat mijn huis niet speciaal is. Dat het goed met me gaat, dat ik je mis (wat ook echt zo is). Dat ik blijverrast was door jouw brief. Dat ik trots op je ben dat je zo'n goed rapport had.

Vertellen wat mijn ouders voor werk doen, dat kan ik wel: mama is een schooljuffrouw en papa verhuurt huizen. Kort gezegd. (Zo legde papa dat ook alijd uit in Malawi: "I rent houses." Vertelde hij dan in zijn Ushi-accent. Tsja. Dat was t makkelijkst. Want woningcoörporaties, daar hebben ze in Afrika nog nooit van gehoord..)

Ik was blijverrast van de brief, van mijn 'sister in Africa'. Ik hoop dat zij ook blijverrast zal zijn van mijn antwoord.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten